Monic Hendrickx leest haar verhaal 'De dwaling' voor. Ze schreef het voor de finale van De Pennen zijn Geslepen.

Toen Mary mij vroeg of ík haar wilde doden, voelde dat onmiddellijk als een voorrecht. Alleen haar man Jay en ik waren in haar ogen overtuigd van haar onschuld.
‘Wil jij het doen, Travis? Ik wil graag dat iemand het doet die van me houdt’, zei ze.
Ik had nooit mijn gevoelens van liefde voor haar uitgesproken, dat had niet gekund, maar ik was niet verrast dat ze ervan op de hoogte was. De snelheid waarmee het bloed naar mijn hoofd kruipt en rode vlekken tovert van mijn nek tot boven mijn oren, is een handicap die me maar al te vaak heeft dwarsgezeten. Het idee dat mijn diepere gedachten, vooral die van seksuele aard, open en bloot op straat liggen, zadelt mij op met een  bewustzijn van een hitsige wereld in mijn hoofd die ik krampachtig probeer te onderdrukken.
‘Het lijkt me vreselijk als iemand me doodt die me ook echt wíl doden of dat het hem niet uitmaakt of ik blijf leven of sterf.’ 
Terwijl ze dit zei keek ze me aan met dezelfde verleiding in haar ogen als twaalf jaar geleden toen ik haar voor het eerst zag. Ze was niet bijzonder mooi was met haar bolle hoofd en grote neus, maar haar stem wakkerde in mij een verlangen aan dat ik nooit eerder kende.
‘Ik hoop dat we aardig voor elkaar kunnen zijn’, zei ze met een hees geluid dat mij rillingen gaf. Ook toen was het of mijn gevoel als een ondertiteling over mijn gezicht verscheen.
Ik had al veel over haar in de krant gelezen en haar op tv gezien. Dat was onvermijdelijk in die tijd. Ze werd door de pers in alle mogelijke vormen voor de voeten van het sensatiebeluste volk geworpen. Zij werd schaamteloos beschuldigd omdat ze afweek van de norm en conclusies werden getrokken met een onverschilligheid die mij deed huiveren. Mary werd een verhaal.
Keer op keer vertelde ze over haar leven vóór de moord. Ze koos mij omdat ik altijd wilde luisteren, ze had mijn volle aandacht—al was het maar om ongegeneerd naar haar te kunnen staren—en nooit had ik het gevoel dat ze de waarheid, haar waarheid, geweld aandeed. Ik raakte verslaafd aan die stem waarmee ze me haar wereld binnenlokte. En zij raakte verslaafd aan mij.
Mary was koortsig op zoek geweest naar een voortdurende bevestiging dat ze leefde. Haar liefde voor Jay was groot, hun leven wild en zijn jaloezie benauwend. Met de komst van het kind werd alles versterkt en stortte ze zich in vluchtige affaires. Ze had lief gehad met één oog op de deur, maar ze had gezworen bij Jay te blijven en ze verwachtte van hem eenzelfde trouw, dus toen hij wegging sloeg ze door. Ze rende als een bezetene door de straat en riep dat ze alles in de fik zou zetten.
Ze werd laveloos aangetroffen voor het brandende huis. De huid van haar gezicht en handen rookte nog. Meerdere agenten moesten haar in bedwang houden om te voorkomen dat ze opnieuw het huis in zou rennen, om haar zoon te redden uit de brand, die haar leven vóór haar ogen verwoestte.
In eerste instantie dacht men aan een ongeluk, maar al snel kwamen experts tot de conclusie dat het vuur was aangestoken. Er waren meerdere brandhaarden gevonden en zij had een motief omdat Jay haar verlaten had. Dat Jay tijdens de rechtszitting een emotioneel betoog hield om haar moederliefde te verdedigen werd als liefdevol, doch feitelijk onontvankelijk verklaard. Alles wees naar haar.   
Mijn twijfel aan haar onschuld is altijd gebleven, maar ik was ervan overtuigd dat zij zich van geen kwaad bewust was. Vooral haar eerste jaren hier waren hartverscheurend. Ze werd vaak schreeuwend wakker en dan duurde het lang voor het kermen ophield en ze van uitputting weer in slaap viel. Pas veel later vertelde ze mij dat het gillen van haar kind haar in die nachten wakker hield. Ze was niet alleen haar kind verloren, maar ze werd ook schuldig bevonden aan zijn dood.
     
De dag van de executie verloopt altijd hetzelfde. Om 6 uur stipt maakt Travis Mary wakker, loopt met haar door de gang langs de cellen van lotgenoten en armen strekken zich uit tussen de tralies om haar nog even aan te raken. Mary rilt. Hij pakt haar steviger vast. Regels zijn er om nageleefd te worden of het nu de regels van God zijn of de regels van de overheid. Regels scheppen een overzichtelijk universum. Maar vandaag is alles anders. Alles in hem wil zorgen dat haar hart klopt en zal blijven kloppen. Wat zal er gebeuren als hij het bevel van de staat weigert?
Mary had gekozen voor de elektrische stoel om het Travis makkelijk te maken. Slechts één enkele handeling was er nodig om het executie-proces in werking te stellen.
Doorgaans krijgen de gevangenen een eenvoudige maaltijd van de kok, maar hun galgenmaal mogen ze zelf kiezen. Travis kent haar lievelingsmaal. Hij had haar vaak stiekem via de bewakingscamera bekeken. Travis deelt de enorme mango in tweeën, snijdt zorgvuldig het vruchtvlees in partjes, duwt tegen de schil tot de geeloranje blokjes naar buiten uitpuilen en makkelijk van de schil te verwijderen zijn. Dan sabbelt hij de pit schoon. Zo leerde hij het van Mary. Sap druipt langs zijn vingers, hij likt het gretig op en denkt aan haar. De zoete smaak verspreidt zich door zijn mond. Dan wast hij zijn handen en gezicht, opent de diepvries en schept twee bolletjes citroengras-ijs naast de mango-stukjes. Een blaadje munt.
Mary eet en Travis kijkt.
‘Wat ik hier het meest mis is de wind.’ zegt ze zacht. Ze werd één uur per dag gelucht, lopen op de binnenplaats, met enkel uitzicht op de wolken.
‘Wind krijgt geen kans binnen deze muren. Maar als ik jou vertelde over mijzelf en de mensen buiten, zo bang en zo alleen, onhandig prutswerk. Dan was het weer even rustig in mijn hoofd. Jij werd niet boos of bang. Jij was er gewoon.’
In de executieruimte hangen de grijze gordijnen keurig in de plooi, achter de ramen wat bewegende figuren. Het oogt als een ziekenhuiskamer maar Mary ziet alles in een waas. Travis vertraagt zijn bewegingen als hij haar lichaam vastbindt op de stoel. Hij gespt haar onderarmen aan de leuning vast en streelt terloops haar handen. Travis scheert een perfecte cirkel in haar haar, zet de helm met elektroden vast op haar hoofd. Ze weigert de sacramenten. Zij gelooft niet in de God waar Travis zo bang voor is. Voor hij haar ogen afdekt kijkt ze hem aan.
‘Wil je nog iets zeggen?’ vraagt Travis. Zijn adem stokt.
‘Dankjewel, lief’, fluistert ze.
Dan laat Travis haar alleen, drukt op de knop en de machine raast onomkeerbaar. De stroom kiest de weg van de minste weerstand door zenuwen en bloedvaten op weg naar het hart. Vijfenveertig seconden lang jaagt bijna drieduizend volt dwars-door al haar schoonheid. Travis knijpt zijn ogen vijfenveertig eindeloze seconden stijf dicht om zijn tranen weg te drukken. Hij ruikt verbrand vlees, zijn adem hapert.
Vanachter het raam kijkt Jay toe. Zijn gezicht valt in zijn handen nu   hij weet dat zíjn schuld voor altijd verborgen zal blijven. Alleen hij weet dat dit haar verdiende straf is voor haar promiscue gedrag.

Travis rijdt weg van de bajes van Huntsville in Texas, waar hij bijna 25 jaar cipier was. Morgen komt hij niet meer terug. Nooit meer.